Den eerste mei is gevierd en gepasseerd onder een zalige zon en met veel enthousiasme, zowel naast als in de stoet der prominenten. Voor het eerst liep ik me op de eerste rij van de stoet (op de tweede om corect te zijn). De dag van gisteren maakt het duidelijk: de sp.a staat er nog, mensen maken een vuist en begrijpen dat het socialisme nodig is, nu zeker. Op dezelfde dag hield het Vlaams Belang zijn gezinsdag onder de slogan ‘het is ONS land’. Ik keek er s’avonds naar op televisie. Wat een contrastervaring. Van het sociaal positivisme rechtstreeks naar de holle negativiteit - van een deemoedig maar vastberaden strijdgevoel naar de arrogantie van het extreem nationalisme. Ze steken het niet meer weg, onze rechtse rakkers; Ons Land zal maar gered zijn wanneer alle ‘migranten en asielzoekers’ terug Naar Huis keren. Dan zullen er opnieuw jobs zijn en propere straten, lege gevangenissen en deftige jongens en meiskens. Een volle zaal klapte in de handen… Ik kreeg er koude rillingen van.
Maar ook emotioneel hangen de eerste dagen van mei samen van contrasten; terwijl in België de dag van arbeid gevierd wordt met veel kleur en muziek, zindert Nederland na van het drama op Koninginnendag, Turkije vecht de eerste mei uit op straat en de familie en vrienden van Annick Van Uytsel vieren een ander soort verjaardag. Ook persoonlijk is de tweede mei voor mezelf en een aantal van mijn vrienden eveneens een datum vol melancholie en spijt. Over een paar uurtjes lanceer ik mee de jongerencampagne van sp.a in Aalst, the show must go on. Maar het is té belangrijk, over een kleine maand wordt er immers beslecht wie Ons Land zal besturen.
